Van alles

75 jaar SKS-kampioenen


In de afgelopen 75 jaar wisten 26 schippers één of meerdere keren het kampioenschap op hun naam te zetten. Het is een bijna onmogelijke vraag, maar toch stelden we hem aan de schippers van de huidige SKS-vloot: wie van die 26 zie je als de ultieme, meest bijzondere of spectaculairste kampioen? 

De eindklassementen laten geen ruimte voor twijfel: Ulbe Zwaga sr. heeft tot nu toe de meeste SKS-kampioenschappen gewonnen. De eerste keer was in 1946, toen nog niet voor een dorp. De laatste titel werd in 1972 voor Grou binnen gezeild. Daarmee kwam de stand op elf. Douwe Jzn. Visser wist met zijn Sneker Pan gevaarlijk dichtbij te komen, maar blijft met negen kampioenstitels tot nu toe runner-up.

En dan is er nog het SKS Vleugelklassement, waarin ook gekeken wordt naar het aantal tweede en derde plekken in een officiële SKS-wedstrijd. De nummer één krijgt drie punten. De nummer twee, twee en de nummer drie, één. Ook in dit vleugelklassement torent Ulbe Zwaga sr. nog altijd hoog boven de anderen uit. Hij wist in totaal 380 punten bij elkaar te zeilen. Op de tweede plaats zien we Lodewijk Meeter sr. met 357 punten. En Douwe Visser van Sneek is derde met 299 punten.

De klassementen vertellen een hoop, maar skûtsjesilen draait niet alleen om cijfers en statistieken. Integendeel. Ook achterliggende verhalen en bijbehorende emoties spelen een grote rol. Wie is in de ogen van de huidige schippers een groot kampioen?

Op www.skutsjesilen.nl/kampioenen vind je een overzicht van alle kampioenen die de SKS heeft voortgebracht.

 

Albert Visser, schipper op het skûtsje van Lemmer

‘Hij is mijn grote leermeester’

“Ik vind mijn broer, Douwe Visser van Sneek, tot nu toe wel dé kampioen, maar de andere Douwe Visser (van Grou, red.) doet ook mooi mee. Die twee zijn wel aan elkaar gewaagd, beide op hele verschillende manieren. Toch is mijn broer mijn grote leermeester. Ik heb nog steeds veel vragen over het zeilen en bijvoorbeeld het omgaan met de bemanning, dus ik bel hem nog regelmatig even op.”

Harmen Brouwer, schipper op het skûtsje van Langweer

Harmen Brouwer – ThomasVaer Fotografie-

‘Zo’n wedstrijd verdient deze afloop’

“Douwe Visser van Grou is in 2018 natuurlijk op spectaculaire wijze kampioen geworden (Douwe Visser wist dat jaar door een tactische zet in de laatste minuten van de allesbepalende en zenuwslopende finalewedstrijd kampioen te worden, red.). Superknap. Wij, het skûtsje van Heerenveen, hebben die dag de beste race van het seizoen gezeild. Heel aanvallend en goed, maar zo’n wedstrijd verdient deze afloop. Ook al had ik natuurlijk liever gezien dat wij kampioen waren geworden. Twee andere kampioenen zijn wat mij betreft mijn vader, Pieter Brouwer, en Douwe Visser van Sneek.” 

Jeroen Pietersma, schipper op het skûtsje van Drachten

Jeroen Pietersma -Martin de Jong

‘Ik denk nog steeds: hoe zou Douwe het doen’

“Douwe Visser van Sneek is onevenaarbaar. De Sneker Pan is niet eens het snelste skûtsje, toch wist hij onder elke formule te presteren. Hij was mijn leermeester. Als jongen van 16 zag ik hem altijd van alles doen op dat skûtsje. Met touwtjes prutsen, noem maar op. Ik had heel veel respect voor hem en wilde hem niet uit zijn concentratie halen, maar af en toe durfde ik toch te vragen waarom hij bepaalde dingen deed. Hij heeft mij de basis en nog zoveel meer bijgebracht. Als ik op het skûtsje stap denk ik nog steeds: hoe zou Douwe het doen.” 

Sytze Brouwer, schipper op het skûtsje van Heerenveen

Sytze Brouwer – Martin de Jong

‘Hij ademt skûtsjesilen’

“Ik heb drie favorieten. Alle drie heb ik ze zelf bewust meegemaakt. Dat zijn Douwe Visser van Sneek, Douwe Visser van Grou en mijn vader Pieter Brouwer als schipper van Heerenveen. Een combinatie van deze drie is volgens mij ‘dodelijk’. Douwe Sneek heeft er een heleboel voor gelaten, hij ademt skûtsjesilen. En hij was moeilijk te peilen, dat is positief in deze sport. Douwe Grou maakt de wedstrijd echt af en mijn vader kan verschrikkelijk goed met mensen omgaan.”

 

Auke de Groot, schipper op het skûtsje van de Súdwesthoek

Auke de Groot -Martin de Jong

‘Kampioenen leveren nu grotere prestaties’

“Als je de hele lijst van kampioenen bekijkt, dan heeft Ulbe Zwaga wel een indrukwekkende reeks. Het is alleen moeilijk te beoordelen hoe de schepen toen waren. Ik denk dat ze nu dichter bij elkaar liggen, dus dan leveren de kampioenen van nu misschien wel grotere prestaties. Dan kies ik toch voor Douwe Visser van Sneek en Douwe Visser van Grou. Winnen in een tijd dat de skûtsjes kwalitatief zo dicht bij elkaar zitten, daar heb ik echt respect voor.”

 

Douwe Visser, schipper op het skûtsje van Grou

ThomasVaer-Douwe Visser Grou

‘Elk kampioenschap is geweldig’

“Elk kampioenschap is voor een schipper geweldig. Het is moeilijk om daar één uit te pakken. Dat je het voor mekaar krijgt is gewoon heel bijzonder. Voor ons was 2018 een heel mooi kampioenschap. Dat ging van ‘ja, we hebben het’ naar ‘bliksem, dit komt niet goed’ en dan lukt het uiteindelijk toch in die laatste 5 seconden van de finalewedstrijd.”

Klaas Westerdijk, schipper op het ‘Philipsskûtsje’ d’Halve Maen (Drachten)

ThomasVaer-Klaas Westerdijk Heale moanne

‘Net knipe, net prutse’

“Beide Douwes! Douwe Visser van Sneek is negen keer kampioen geworden en bij Douwe Grou klopt alles: hij stapt op het skûtsje en wordt kampioen. Ik pik daar echt wel dingen van op en die neem ik dan weer mee. Zo heb ik ook heel veel van Pieter Brouwer (oud-schipper van Heerenveen, red.) opgestoken. Bijvoorbeeld dat je bij Earnewâld en De Veenhoop gelijk van de wal af overstag moet gaan en dan gas erop. Net knipe, net prutse anders ben je verloren.”  

Gerhard Pietersma, schipper op het skûtsje van Earnewâld

ThomasVaer-Gerhard Pietersma Earnewald

‘Afgekocht met een sigaar’

“Rienk Zwaga zeilde in 1979 op het skûtsje van de Súdwesthoek. Dat was een klein skûtsje en een kleine gemeenschap, dus weinig geld, maar hij werd toch kampioen. Het was eigenlijk heel apart dat ze met zo’n klein scheepje zo hard konden. Maar hij had een hele goede bemanning en ze waren hartstikke fanatiek. In hetzelfde jaar had Rienk nog een protestsituatie met mijn pake. Het werd afgekocht met een sigaar en dat was dat.”

Johannes Meeter, schipper op het skûtsje van Huizum

ThomasVaer-Johannes Meeter Huzum


‘Hij heeft slimme streekjes’

“Als ik moet kiezen, dan wordt het Douwe Visser van Grou. Douwe Visser van Sneek was ook een goede skûtsjesiler, maar Douwe Grou is tactisch sterker, denk ik. Hij heeft wat slimmere streekjes in een wedstrijd. Douwe Sneek had dat ook wel, maar hij is een heel ander persoon. Veel rustiger. Douwe Grou hoor je veel sneller in een wedstrijd. Ulbe Zwaga sr. was natuurlijk ook een fenomeen. Ik heb uit verhalen begrepen dat hij persoonlijk het tuig erop zette en dan liep zo’n schip.”

Willem Zwaga, schipper op het skûtsje van Leeuwarden

ThomasVaer-Willem Zwaga

‘Hij laat een banaan nog snel zeilen’

“Dat is toch wel mijn heit, Ulbe Rienksz. Zwaga, kampioen in 1998 en 1999. Hij heeft een groot inzicht in het wedstrijdveld en hij is brutaal en aanvallend in zijn manier van zeilen. Zijn grootste talent is misschien wel het trimmen van een schip; hij kan een banaan nog snel laten zeilen. Zijn kampioenschappen waren ook bijzonder omdat het de eerste keer voor Leeuwarden was. De bemanning van toen zijn de ouders van mijn bemanningsleden nu. We zijn dus echt met z’n allen opgegroeid op en om het Leeuwarder skûtsje.”

Rinus de Jong, schipper op het skûtsje van Joure

Rinus de Jong – Martin de Jong

‘En dan tóch kampioen worden’

“Dat zijn meerdere, want elke kampioen heeft zijn eigen verhaal. Maar als ik moet kiezen, dan denk ik toch Douwe Visser van Sneek. Vooral om de manier waarop hij opnieuw de SKS wist te winnen met een hele nieuwe ploeg. Het kampioenschap van Rienk Zwaga heb ik uit de verhalen. Dat was in 1979. Hij had een zeil dat nogal uitrekte. Volgens mij zijn ze elke dag op en neer naar de zeilmaker gereden om het goed op z’n plek te kunnen houden. En dan toch kampioen worden.”

Klaas van der Meulen, schipper op het skûtsje van Woudsend

Klaas van der Meulen – Martin de Jong

‘Kampioen met een tiende punt verschil’

“De tactische manier waarop Douwe Visser van Grou twee jaar geleden kampioen is geworden, daar kun je alleen maar respect voor hebben.  Voor Woudsend was 1989 een bijzonder jaar. Wij stonden tweede, Joure eerste met zes punten voorsprong. Zij waren het kampioensfeest al aan het regelen, maar dat hoorden mijn vader en andere bemanningsleden. Het was de extra prikkel die ze nodig hadden. We werden kampioen, met een tiende punt verschil, al kregen ze er later nog wat bij. Dat was heel spectaculair en een enorme ontlading.”

Jappie Visser, schipper van het skûtsje van Sneek

Jappie Visser – Martin de Jong


‘Hij kent het schip door en door’

“Ulbe Zwaga sr. was natuurlijk ver voor mijn tijd, maar hij is met twee verschillende skûtsjes meerdere keren kampioen geworden. Dat is wel heel knap. Tjitte Brouwer was ook een hele goede schipper. En mijn vader. Hij kent het schip door en door en ziet nog steeds al van ver wat er aan de hand is. Hij kan ook heel goed met de mensen omgaan. Hij heeft heel veel moeite gedaan om dat te leren. Douwe Visser van Grou is een schaker. Samen met zijn adviseur Tammo en een verrekt goede bemanning.” 

Pieter Meeter, schipper van het skûtsje van Akkrum

Pieter Meeter – Martin de Jong

‘Een robuuste man waar je niet omheen kon’

“Pake Siete Meeter werd in 1978 en in 1987 kampioen. Die tweede keer was ik zijn schotenman. Hij was een hele persoonlijkheid die zijn mond niet dichthield. Een grote robuuste man ook, waar je niet omheen kon. Daar had je wel waardering voor. Ze oefenden niet veel, maar kwamen toch bovenaan in het eindklassement. In 2004 werd mijn vader, Eildert Meeter, kampioen.  Net als in ’87 was ik nu ook schotenman. Ik heb ze dus zelf meegemaakt. Voor pa gold hetzelfde. Die heeft ook goed zijn best gedaan. Hij nam het helmhout over, de bemanning bleef en het ging gewoon verder.”

Show More

Geef een reactie

Back to top button
Close
Close