Ruw, robuust, koud en bar. Het leven aan boord van een skûtsje was in de de eerste helft van de vorige eeuw vaak hard, zo niet bikkelhard. Maar naast elke skûtsjeschipper stond meer dan eens een sterke vrouw. Een echtgenote of dochter die het schip varende kon houden en daarmee het bedrijf draaiende. De rol van deze vrouwen blijft vaak onderbelicht, maar was allesbehalve bescheiden. In het boek ‘Schippersvrouwen, verhalen boven water’ van Sippy Tigchelaar en Alice Booij, vertellen vijftien vrouwen hun indrukwekkende levensverhalen.

Eén van hen is Nanke Hoekstra-Schaafsma geboren op 12 september 1928 als achtste van elf kinderen. Ze groeide op in een schippersfamilie: een leven vol water, wind, hard werken en kameraadschap. Haar ouders, Taede Rienks Schaafsma (1879–1982) en Jantje Ernstes Siesling (1891–1957), kenden het schippersbestaan van binnenuit. Taede kwam uit een familie die werkte bij houtzaagmolens, maar het water trok meer. Hij kocht een schip en ging varen. Met zijn vrouw Jantje sloeg hij een flinke partij aan de haak. Zij kwam uit een echte schippersfamilie en stond haar mannetje op het water.
“Mem kon zeilen als de beste,” vertelt Nanke. “Als heit aan het eind van de dag wilde aanleggen, zei mem: ‘Nee hoor, we kunnen nog een slagje doen. We hebben nu mooie wind. Morgen misschien niet en dan moeten we laveren.’ En dan deed heit wat mem zei.”

GEBOORTE AAN BOORD
Het eerste schip van de familie was de Soli Deo Gloria, een 43-tons bolle die ze in 1913 lieten bouwen. Daarop werden hun eerste kinderen geboren. Het gezin groeide snel – uiteindelijk kwamen er elf kinderen: zes jongens en vijf meisjes. De geboorte van dochter Hieke, in 1915, is in de familie vaak naverteld. Heit en mem waren aan het baggeren bij Hasselt toen de bevalling begon. Jantje kroop in de kooi, Taede probeerde Hasselt te bereiken, maar Hieke kwam er al aan. Jantje klopte op het plafond: het was zover. Later haalde Taede nog een vroedvrouw, maar het meisje was al geboren. Na drie jongens was Hieke het eerste meisje.

Het leven aan boord was intensief. Zodra het schip aanlegde, gingen het huishouden en de zorg voor de kinderen door. “Ik denk niet dat het voor mem gemakkelijk is geweest om elf kinderen te moeten krijgen. Een van mijn zusters heeft me wel eens verteld dat mem de luiermand aan het klaarmaken was. Zo’n mand gebruikte ze om de schone luiers en al dat andere kleine babygoed in te bewaren. De deur naar het ruim stond open en toen smeet ze die mand met luiers en al het ruim in: ze vond het op dat moment beslist niet leuk om weer in verwachting te zijn. Vrouwen die zoveel kinderen moesten krijgen, hebben niet altijd een mooi leven gehad. Ik denk daar wel eens over na: eigenlijk was dat verschrikkelijk.”
Terwijl Taede kookte, deed Jantje de was. Het trapje naar de roef werd opgeklapt, daar kwam de tobbe te staan waar mem de luiers waste. Als het zeil weer stond, hing ze de was aan een lijn te drogen. Oppassen was het ook: kinderen konden zo in het water vallen. Zo viel Rienk, de oudste, eens overboord. Taede rende naar de achterkant van het schip en wist hem er bewusteloos uit te halen. “Een gulp water en Rienk was er gelukkig weer,” zegt Nanke.
TWEEDE SCHIP
In 1928, het geboortejaar van Nanke, kochten haar ouders een tweede schip: De Goede Verwachting,
een 92 tons dekschip. Nanke was het eerste kind dat daarop werd geboren. Toen de oudste zoons oud genoeg waren, kreeg de één de Soli Deo Gloria en voor de ander werd een schip bijgekocht. De familie Schaafsma bleef niet alleen varen: in Zwartsluis werd een huis gekocht, en Taede richtte samen met zijn zonen de firma Schaafsma en Zonen op, die met schepen én vrachtwagens grind, zand en puin vervoerde.
Zwartsluis werd hun vaste waladres. “In het weekend kwam iedereen thuis,” herinnert Nanke zich. “De oudsten namen vrienden en vriendinnen mee, en als we allemaal bleven eten, hadden we niet genoeg borden en stoelen. Dan aten we uit pannendeksels en zaten we op het aanrecht.” Aan het begin van de oorlog moest het huis worden verkocht.
De jongste kinderen, nog leerplichtig, gingen bij kostgezinnen wonen om naar school te kunnen. Nanke ging terug aan boord bij haar ouders. Ze was inmiddels twaalf en hoefde officieel niet meer naar school. “Doorleren was niet aan de orde.”

AVONTUUR
Nanke en haar zus Frijtzen leerden een andere schippersdochter kennen die in het Academisch Ziekenhuis werkte. “Ze zochten daar schippersdochters als personeel,” zegt ze. “Mijn zus en ik zeiden tegen elkaar: ‘Dat doen we!’” Ze werkten er ongeveer anderhalf jaar en gingen toen in dienst bij KNO-arts Huizinga aan de Noorderhaven. Ze hadden het daar goed naar hun zin, maar het avontuur trok. Ze vertrokken naar Amsterdam en vonden werk in de chique Lyceumclub aan de Keizersgracht. Die was gevestigd in twee statige panden en bood onderdak aan onder andere artsen, advocaten, rechters en de bekende schrijfster Henriëtte Roland Holst.Er waren vergaderzalen, een keuken, een restaurant, en ruimte voor bijeenkomsten. Voor Nanke en haar zus ging een nieuwe wereld open.
Toch hield het water haar in zijn greep. Toen er een brief kwam dat haar vader ziek was, keerde Nanke terug naar het schip. Haar ouders lagen met de Soli Deo Gloria bij de Damsluis. Ook haar broers lagen daar met hun schepen. “Ik dacht toen nog: dit is tijdelijk, ik wil de wereld weer in.” Het liep anders. In het Hattemergat leerde ze Wiemer Hoekstra kennen, geboren in 1929. De vonk sloeg over.

Op 2 april 1953 trouwden ze en de dag daarna begonnen ze samen te varen. Ze namen het schip Libertas over van Wiemers ouders en voeren er vijf jaar mee. Daarna volgde De Nomadisch – de eerste van vier schepen die ze die naam gaven. Het paste perfect bij hun zwervend bestaan. Nanke: “Zwervend over het water, dat was ons leven.”
Samen kregen ze twee kinderen: Jantsje en Aldert. Het schippersbestaan bleef een vast onderdeel van hun leven. Tot op hoge leeftijd genoten ze van het water. In 2023 vierden Nanke en Wiemer hun 70-jarig huwelijk. Een zeldzaam jubileum. Datzelfde jaar, op 25 augustus, overleed Wiemer. Ze hadden hun leven gedeeld aan boord van verschillende schepen, in nauwe samenwerking en met liefde voor het vak én voor elkaar.
Nanke heeft nooit spijt gehad van haar keuzes. “Varen is het allermooiste.”
Het hele verhaal van Anna (en veertien andere skûtsjevrouwen) staat in het boek ‘Schippersvrouwen – Verhalen boven water’. Het boek is verkrijgbaar bij de boekhandel. Uitgeverij Noordboek, ISBN: 9789464710076
Sippy Tigchelaar geeft door het hele land lezingen over de schippersvrouwen. Sippy: “Hoe meer we deze vrouwen onder de aandacht brengen, hoe beter. Dat verdienen ze, want ze hebben een grote rol gespeeld in de Friese economie.” Kijk voor meer info op www.sippytigchelaar.nl.



