Drie Leeuwarder skûtsjes, drie generaties, drie visies
De gemeente Leeuwarden is met drie skûtsjes ruim vertegenwoordigd in de vloot van de SKS. De schippers van It Doarp Huzum, Rienk Ulbesz en It Doarp Grou vertegenwoordigen drie generaties. Na Lemmer Ahoy kijken zij terug op de status van de SKS, de verjonging van de sport en de nieuwe zeilformule.
Ervaringen tijdens Lemmer Ahoy
Douwe Azn. Visser (63), sinds 2005 schipper van het Grouster skûtsje en achtvoudig SKS‑kampioen, kijkt tevreden terug op Lemmer Ahoy. “Het was koud en er stond een harde wind. Dat wilden we graag en we hebben knap gezeild. Beter dan vorig jaar. Met een nieuw zeil is het altijd even afwachten. In de vijfde wedstrijd hadden we een ongelukje; anders hadden we gewonnen. Maar we hebben een mooie reeks wedstrijden gevaren.”

Willem Uzn. Zwaga (38), sinds 2017 schipper van de Rienk Ulbesz, liet de slotrace lopen om op tijd thuis te zijn. “We waren niet bezig met het resultaat. Door de nieuwe zeilformule en het extra gewicht moesten we aanpassingen doen. We hebben vooral aan de trim gewerkt en daar ben ik niet ontevreden over.”
Sander Jzn. Meeter (29), woonachtig in Groningen, is de rookie van het trio. Hij zeilde vorig jaar nog in de IFKS‑C‑klasse en staat nu voor het eerst aan het helmhout van het Huzumer skûtsje. “Het was mijn vuurdoop en het is goed bevallen. We konden een paar keer mooi voorin meezeilen. Ik mag niet klagen.”
Is de SKS de ‘eredivisie’ van het skûtsjesilen?
Visser: “Dat vinden wij natuurlijk wel, maar het is niet helemaal waar. In de IFKS heb je ook topmateriaal. Gelukkig winnen we de laatste jaren bij Lemmer Ahoy weer van hen, maar het kan zomaar anders zijn. Competitie hoort erbij.”
Zwaga: “De belangen en middelen bij de SKS zijn groter. In de IFKS moeten ze alles zelf bekostigen. De betrokkenheid is daar misschien wel groter.”
Meeter: “Iedereen vindt het een eer om in de SKS te zeilen. Het verschil is dat je uit een bepaalde familie moet komen. Niet iedereen kan zomaar schipper worden.”

Is skûtsjesilen nog een sport voor senioren?
Visser: “Toen ik 59, 60 en 61 was, zijn we kampioen geworden. Het draait om de ploeg. De bemanning is tegenwoordig hartstikke jong: gemiddeld 30 à 35 jaar. Dat vind ik geweldig.”
Zwaga: “De doelgroep is veranderd. Senioren kunnen nog steeds een waardevolle rol spelen, maar niet op elke positie. Het skûtsjesilen is een feest voor iedereen.”
Meeter: “Senioren met ervaring zijn heel waardevol. En ook de volgers zijn niet meer alleen senioren. Kijk maar naar Lemmer Ahoy.”

Is er betrokkenheid vanuit de gemeente Leeuwarden?
Visser: “Het is jammer dat burgemeester Buma vertrekt. Hij was altijd betrokken. Grou is heel actief, van Leeuwarden krijgen we wat minder steun.”
Zwaga: “In een grote stad leeft het minder, maar binnen kleine gemeenschappen zoals Goutum juist meer. De burgemeester komt altijd langs op onze wedstrijddag.”
Meeter: “Er is zeker betrokkenheid. We krijgen subsidie, maar waarvan precies weet ik niet.”
Is de nieuwe zeilformule (vanaf 2028) noodzaak?
Visser: “Ja, het was noodzaak. De oude formule kon je manipuleren. Met de nieuwe formule worden de verhoudingen weer rechtgetrokken.”
Zwaga: “In mijn ogen was het geen noodzaak. De oude formule was goed. Onze concurrenten krijgen er zeil bij, wij moeten ballast meenemen. Dat maakt het lastiger.”
Meeter: “We moeten zien hoe het in de praktijk werkt. Voor ons verandert er weinig. Ik wil het eerst zelf ervaren.”
Wie wordt de volgende kampioen?
Visser: “Degene die in Sneek de minste punten heeft. Er zijn zoveel factoren dat ik geen voorspelling durf te doen.”
Zwaga: “Sneek en Heerenveen zijn sterke kandidaten. Wij hopen mee te strijden. Grou zal er ook weer bij zitten.”
Meeter: “Het zal gaan tussen Heerenveen, Grou en Joure. Over onze eigen kansen ben ik realistisch: een paar keer leuk meedoen is al mooi.”





