Een verliefde blik op De Drie Haringen
De Drie Haringen ligt er prachtig bij, en dat ziet schipper Thomas de Boer meteen. Met een bijna verliefde blik kijkt hij naar zijn skûtsje. Het skûtsje, oorspronkelijk afkomstig uit Enkhuizen maar tegenwoordig met een ligplaats in Sneek vanwege de nabijheid van de Friese wateren, is na een intensieve renovatie in topconditie. Daarbij kreeg het schip een primeur binnen de IFKS: een elektromotor. Eigenaren Thomas de Boer (37) en Jorrit Jouwsma (47) vertellen er uitgebreid over.
Een renovatie van formaat
In maart werd het skûtsje uit het water gehaald. “Er is twintig vierkante meter vlak verwijderd; dat was echt kas- en kasverrot,” vertelt Thomas. De mastvoet werd een halve meter naar achteren verplaatst en er werd twee ton aan gewicht verwijderd. Dat gewicht zat vooral in de hydraulische strijkinstallatie: een grote, brede cilinder om de mast te laten zakken. Betrouwbaar, maar goed voor een paar honderd kilo. Daarnaast verdwenen een massieve stalen plaat van anderhalve meter bij een halve meter, het voorpiekschot en de oude mastvoet. Met een nieuwe mast, nieuwe giek en vlak voor de IFKS een nieuw tuig, is het schip volledig vernieuwd.
Het eerste IFKS‑skûtsje met elektromotor
De Drie Haringen is het eerste IFKS‑skûtsje met een elektromotor. Het leverde zelfs nieuwsberichten op. Thomas demonstreert hoe de motor start: zonder geluid, zonder geur. De motor zelf kun je onder één arm meenemen. “De accu’s maken het verschil,” legt hij uit. “Die zijn relatief zwaar, maar niets vergeleken met de massa van de 60 pk Mermaid die eruit is gekomen.” De accu’s staan nu vóór de roef, maar het plan is om ze in de lengte van het schip te verplaatsen voor betere trim.
Een hechte samenwerking
De kennis van Thomas over het schip is indrukwekkend, opgebouwd samen met compagnon Jorrit Jouwsma. “We kennen elkaar al twintig jaar,” zegt Thomas. “We hebben allebei in de chartervaart gezeten, op de mooiste schepen gevaren.” Het leidde tot een zakelijke samenwerking: meerdere schepen, plus ieder nog eigen ondernemingen.
Zeilen vanaf jongs af aan
Het zeilen zat er bij Jorrit al vroeg in. “Ik zeil al sinds ik zo hoog ben,” zegt hij, terwijl hij tot ver onder zijn middel wijst. Thomas had een andere start: “Tot mijn veertiende had ik een bloedhekel aan zeilen. Tot ik in de bruine vloot ging werken.” Op zijn negentiende haalde hij zijn schipperspapieren en begon hij een strandpaviljoen met zeilschool.
Van oud wrak naar IFKS‑deelnemer
De Drie Haringen vaart inmiddels jaren mee in de IFKS. Eind 2017 opperde Thomas om samen een skûtsje te kopen. Rond de jaarwisseling was de koop rond. “We troffen haar als een oud wrak aan in Sloten,” vertelt Thomas. Maar ze lieten zich niet afschrikken. In juni 2018 ging het skûtsje weer te water, onder grote belangstelling in Enkhuizen. Dat jaar promoveerde het schip direct. Daarna volgden de B‑klasse en de coronaperiode, waarin het schip stil lag. Ook het slapen speelde een rol: er moest een volgschip komen.
Het volgschip en de terugkeer naar de IFKS
In 2023 kwam dat volgschip er. De bemanning overtuigde Thomas en Jorrit om toch mee te zeilen. Een week voor de IFKS werd het skûtsje uit de mottenballen gehaald, met een flinke laag water erin. De mast bleek onbruikbaar en werd vervangen door een leenmast. De ambitie werd bijgesteld: teamspirit boven prestaties. En dat lukte.
Sterke resultaten na een winter vol werk
Afgelopen winter werden zowel het volgschip als het skûtsje grondig aangepakt. De zaterdag voor Lemmer Ahoy ging het skûtsje te water, maandag kwamen de nieuwe mast en giek, dinsdag werd naar Lemmer gevaren en woensdagavond gezeild. Zonder verwachtingen begon het team aan de wedstrijden. De resultaten waren verrassend goed: een twaalfde plaats, daarna een zevende, vervolgens een tweede en zevende, en daarna een vijfde en zesde. “Voor een schip dat we volledig moesten herontdekken, met veel nieuwe mensen aan boord, zijn we heel tevreden.”
Wind, ervaring en een kritische blik
Het schip houdt van wind, en Thomas en Jorrit ook. Door hun ervaring in de chartervaart zijn ze gewend aan stevige wind en golfslag op het IJsselmeer. De ploeg meekrijgen was belangrijk, en daarom werd Gerard Schootstra als adviseur aangetrokken. “Hij moet kritisch zijn,” zegt Thomas. “Jorrit en ik zijn vaak de good cop. Gerard mag er wat gestrekter in gaan.”
Een Friese ploeg met sterke mentaliteit
Waar het team vroeger vooral uit Enkhuizenaren bestond, bestaat het nu grotendeels uit Friezen. “Ik hou van de mentaliteit,” zegt Thomas. Veel bemanningsleden varen ook op de Deinemeid, de klipper van Jorrit. “Een geweldige combinatie,” aldus Jorrit.
Teamsport boven historie
Over het historische karakter van het skûtsjesilen is Jorrit duidelijk: “Ik zou liegen als ik zou zeggen dat ik met tranen in de ogen van historisch besef meedoe. Voor mij draait de IFKS om teamsport en wedstrijd: racen met mooi materiaal en een gemotiveerde ploeg.”
Ambitie en toekomstplannen
De ambitie is helder: zo snel mogelijk weer meedoen om de prijzen. Deze zomer wordt er vóór de IFKS een nieuw tuig ingemeten. Komende winter gaat het schip terug naar Ten Woude in IJlst voor nieuwe dekken en nieuwe zwaarden. “Het wordt ieder jaar mooier.”
Wil je meer weten over de ifks ga dan naar: http://www.ifks.frl
Meer uit de Skûtsjekrant 2026? ga dan naar: https://skutsje.nl/category/artikelen-skutsjekrant-2026/





