Skûtsje van de Week: Hoop doet Leven

De ‘Hoop doet Leven’ is meer een varende geschiedenisles dan een wedstrijdskûtsje. Ze heeft niet het model van een kampioensskûtsje, de mast staat ver naar voren en de zwaarden kunnen niet versteld worden. Innerlijk en uiterlijk nog altijd het vrachtschip zoals het ruim honderd jaar geleden gebouwd werd.

‘Hoop doet Leven’, Sloten

Jonge Klaas 

Minne Molles van der Werf, Sneek, 1910

 

Opdrachtgever voor dit skûtsje was Wieger Fortuin uit Woudsend, die het noemde naar zijn pas geboren zoon Klaas.  Fortuin was getrouwd met boerendochter Akke van der Brug. De overgang van de boerderij naar het schip moet zwaar geweest zijn, temeer daar het jonge gezin jaar op jaar groter werd. In de mobilisatie voor de Eerste Wereldoorlog was Wieger Fortuin gelegerd in Noord-Holland. De moeder van Akke, Antje ten Cate, sprong toen bij om het gezin op de ‘Jonge Klaas’ te onderhouden. 

 

In 1920 verkocht Wieger Fortuin zijn schip aan Andries de Weerd uit Oosterzee, die haar de naam ‘Hoop doet Leven’ gaf. 

Vlak voor de Tweede Wereldoorlog kwam de ‘Hoop doet Leven’ in handen van de Sondeler turfschipper Kornelis de Vries. De in Sondel geboren turfschipper en handelaar Rein de Vries, geboren in 1892,  lag met zijn skûtsje 'Hoop doet leven' in het Swaaigat van Sondel. Rein heeft heel Nederland bevaren behalve Zeeland.  Ook vervoerde hij hooi, hout uit Gaasterlandse bossen voor de bakkers, walbeschoeiingen en kaphout als brandstof. Tot 1957 is er gevaren op het schip, daarna nog bleef De Vries er met zijn vrouw Feikjen de Roos op wonen. Als havenmeester van Lemmer woonde hij zo dicht bij zijn werk. Na het overlijden van Rein de Vries in 1980 kwam het schip in eigendom van zoon Douwe, die haar een plaatsje gaf in de stadsgracht van Sloten.  

 

De ‘Hoop doet Leven’ zou weer onder zeil gebracht worden, maar dat bleef er steeds bij.

Ten lange leste deed zeilschoolhouder Eus Nieuwenhuis een bod. Hij zeilde er twee jaar mee bij de IFKS. Eerst met het oude tuig, later met een nieuw. Nieuwenhuis wilde het skûtsje echter al gauw weer kwijt en zo kwam het in handen van de huidige eigenaar Koos van Drunen uit Nij Beets. Als import Fries was hij aan het skûtsjesilen verslingerd geraakt en lang zeilde de funderingsspecialist mee met Jacob Huisman, met wie hij samen het skûtsje ‘Gerrit Ynze’ [L 1356 N] in eigendom had. Twee kapiteins op een schip is niet ideaal en Van Drunen wilde een eigen skûtsje. De ‘Hoop doet Leven’ had hij al meerdere malen zien liggen, als ze tijdens de IFKS in Sloten in de haven lagen.

Van Drunen, die zichzelf een man van tradities noemt, viel voor de authenticiteit van het oude vrachtschip. De mast stond nog op de oude plaats voor op het schip, het meest efficiënt als je veel lading wilt kunnen vervoeren.

De zwaarden kunnen omhoog en omlaag, maar niet versteld worden en zijn ook niet verzwaard aan de punten. De roef is nog zoals die in het begin van de twintigste eeuw werd ingetimmerd. Sterker nog, het kleed op de vloer en de tafel zijn nog van toen en boven de deur naar het ruim staan op een plankje wekker, scheerschuim en schoonmaakmiddelen van de familie De Vries. Zelfs de pijp van de laatste schipper, met half afgebroken kop, ontbreekt niet. 

Van Drunen nam schipper Frans Deinum van de ‘Gerrit Ynze’ mee als zetschipper op de ‘Hoop doet Leven’. Na twee jaar nam opticien Emmo Venema uit Leeuwarden het helmhout een jaar over. Pas in 2001 werd Van Drunen schipper op zijn eigen skûtsje. Hij deelt die plaats nog altijd met Emmo Venema. Ook in 2016 zullen ze de taken verdelen: als Van Drunen aan het helmhout zit, fungeert Venema als uitkijk en andersom.

Van alle skûtsjes binnen de wedstrijdvloot is de ‘Hoop doet Leven’ het enige dat niet uitgetrimd kan worden. Van Drunen werkt zich met wat hardere wind dan ook ‘uit de naad’ om het scheepje op koers te houden.  Dat betekent ook dat hij steevast achterin het klassement eindigt van de a-klein, maar dat kan hem niks schelen. Het is de historie die hem en zijn bemanning drijft.  Het oude vrachtscheepje werd nooit een woonark, zoals veel van de huidige wedstrijdskûtsjes dat wel waren. ‘Dit is waar het skûtsjesilen vandaan komt: een vrachtschip waarmee af en toe een wedstrijd gezeild werd. Dat lijkt in niets op de racemonsters van tegenwoordig, er is niet aan omgerotzooid. Ik wil de mensen ieder jaar weer laten zien waar de oorsprong ligt. En nee, dit schip is geen winnaar, maar die ambitie heb ik ook totaal niet. Een goede start maken, dat is voor mij de sport. Daarna kan ik die anderen meestal niet bijhouden.’ 

 

Opdrachtgever: Wieger Fortuin, Woudsend

Registratienummer: S 956 N / G 5184 N

Huidige eigenaar: Koos van Drunen, Nij Beets

Schipper: Koos van Drunen

Lengte: 17,10

Breedte: 3,48

Tonnage: 24,9

Gebruik: Wedstrijd/recreatie

 

Zwart-witfoto’s uit het archief van Ando Heijnis, met dank aan Willem en Tallien Fokkema-Zijlker


Afdrukken   E-mailadres