Skûtsje van de Week: Lytse Famke

Het skûtsje 'Lytse Famke' heeft jaren als ‘Engelina Smeltekop’  tot de kleine Earnewâldster skûtsjes behoord die bijna elk jaar meestreden voor de titel bij de kleine a’s van de IFKS. Schipper Jelle van der Meulen en zijn zoon Johan en de Herrema-broers Rinze Pieter en Cathrienus hebben er ook al een kast vol prijzen mee gewonnen. In 2016 en 2017 zette Pieter Jilles Tjoelker deze lijn voort. Als debuterend schipper werd hij meteen kampioen. In 2018 gaat Lemster Herke Boskma samen met zijn zussen en vader de uitdaging aan ook hoge ogen te gooien bij de wedstrijden.

‘Lyts Famke’, Lemmer

'Engelina Smeltekop', ‘Hoop doet Leven’, d’ Halve Maen, De Nieuwe Maan

Jan Oebeles van der Werff, Buitenstvallaat, Drachten, 1923

Dat had Taeke Lammertszn. Brouwer moeten meemaken, die voor de Philips Personeelsvereniging dertien jaar lang met weinig succes meezeilde bij de SKS. Alleen in 1973, toen de competitie stil en heet begon, kwam hij even aan de kop. Verder ging het moeizaam.

 

Hoop doet Leven

Dit in 1923 op Buitenstvallaat gebouwd schip zit ook al weer boordevol verhalen. Die beginnen met schipper Sipke Kok uit Ferwerd, die op 45-jarige leeftijd dit schip liet bouwen door Jan Oebeles van der Werff. Hij moest er geld voor lenen bij Jan Gerrits Wassenaar uit Sint Anne. Zijn huwelijk met nicht Antje Bouma was kinderloos gebleven. In 1917 kregen ze een levenloos kindje.

Hoe het schip van 17,15x3,46m is gebouwd, valt nog na te lezen in een bij het Fries Scheepvaart Museum in Sneek bewaard bestek. Tot in detail zijn er allerlei onderdelen en uitrustingsstukken in benoemd. De naam is veelzeggend: ‘Hoop doet Leven’. Dat hadden Sipke en Antje wel nodig in de magere jaren twintig en dertig.

 

Halve Maen

De Philips Personeels Vereniging zal in 1959 vol goede moed met het skûtsje-avontuur begonnen zijn toen ze in Drachten een zak vol geld van Amerikaanse collega’s kregen. Hun eerste schipper was de al wat oudere Douwe Tjerkstra uit It Heidenskip, die in 1952 en ’53 grote successen had geboekt met ‘De Jonge Jan’ [L 1265 N] van Jan en Jel Sytema. Hij paste erop als was het zijn eigen, en prijzen waren er direct al in zijn eerste jaar, twee keer winst bij Lemmer. Hij werd toen zevende in het klassement.

Na een fikse hellingbeurt, waarbij het scheepje werd verlengd tot een moeilijk te hanteren ‘banaan’, werden de Drachtsters met ‘d’ Halve Maen’ er tweede mee in het klassement van 1960. Na een teleurstellend verlopen vierde seizoen in 1962 (zevende), mocht Taeke Lammertszn. Brouwer het proberen. Dat was een uitstekend zeiler, maar te lief voor een dwarse ploeg in een agressieve skûtsjevloot. Hij werd laatste in 1963, toen er tien meededen. Andere schippers keken wel eens met argusogen naar de Philips-bemanningsleden, die lekker aten en met een busje gehaald en gebracht werden, terwijl zij hun deelname betaalden met een soms Spartaans, sober bestaan.

Teake zeilde meestal achterin, behalve in 1969. Toen deed hij niet mee doordat hij vlak bij Galamadammen in harde wind een blok tegen zijn hoofd had gekregen. Hij hield er hersenletsel aan over en evenwichtsstoornissen, die hem later wel eens parten speelden. Sipke Hendriks Tjerkstra viel een jaar voor hem in.

Maar in 1973, ‘d’Halve Maen’ was inmiddels weer ingekort, stond Teake Brouwer vier wedstrijden voor het einde nog op kop in het klassement. Toen echter wakkerde de wind aan en zakte hij naar een derde plaats achter Jan van Akker en Lodewijk Meeter. Maar bewezen was nu dat bij licht weer dit schip het wel kon doen.

De Philipscommissie koos in 1983 voor een ander skûtsje, waarna Peter Habekothé uit Vlieland het overnam en ‘De Nieuwe Maan’ noemde. Lolle Schakel hanteerde in de IFKS met succes het helmhout, wat hem een tweede plaats en promotie naar de A-klasse opleverde.

 

In de IFKS

Jelle van der Meulen uit Buitenpost werd de volgende eigenaar, die er Koos de Vreeze uit Poortugaal (met verre roots in Bakhuizen) op liet zeilen, tot 1992. Het skûtsje heette toen ‘Engelina Smeltekop’, wel eens verward met de ‘Lutgerdina Smeltekop’ waarmee Nico Hoek in het begin furore maakte. Om fiscale redenen kwam er ook een eigendomsstichting met dezelfde naam.

Maar pas toen er in 1995 bij de IFKS een ‘kleine b-klasse’ (later de klasse a-klein) werd ingesteld, mede op initiatief van Age Veldboom, kreeg hij een kans. Terwijl Sjoerd Kleinhuis, Peter de Koe en Andries Honing wonnen, scharrelde hij vanuit de middenmoot naar voren. Ook zijn opvolger Haaije Pijl werd, in 1998, derde en in 1999 vierde.

De eerste titel won Johan Jelleszn. van der Meulen in 2002, zijn tweede jaar. Hij had een puike bemanning met uitstekende zeilers van Annage, en er volgden meer overwinningen. Verschillende concurrenten, onder wie Arnold Veenema met de ‘Hoop op Welvaart’, hebben de hegemonie van de ‘Engelina Smeltekop’ sindsdien wel gebroken. Maar het blijft met z’n 17,02 meter een mooi, behendig schip, al zullen kenners het aan de smalle kant vinden.

In september 2017 kocht binnenschipper Eelke Boskma uit Lemmer het snelle skûtsje voor zijn kinderen Herke, Simone en Marjan, die samen met hun vader de uitdaging aangaan om dit kampioensschip te laten stralen in de a-klein. Ze gaven het schip, dat onder de naam 'Engeline Smeltekop' grote faam genoot een nieuwe naam: 'Lytse Famke'. De 18-jarige Herke Boskma wordt de schipper.

Pieter Kooi, van Kooi Security heeft een groot skûtsje gekocht, de ‘Sterke Jerke’ [L 1229 N], waarmee Pieter Jilles Tjoelker en zijn bemanning in 2018 mee uit zullen komen in de C-klasse. Dit schip kwam nooit eerder uit in de competitie en moet dus helemaal wedstrijdklaar gemaakt worden.          

 

Opdrachtgever: Sipke Kok, Ferwert

Registratienummer: L 1579 N / G 4815 N / G 6678 N

Eigenaar: Stichting Skûtsje Engelina Smeltekop, Earnewâld

Schipper: Herke Boskma

Lengte over de stevens: 17,02

Breedte: 3,47

Tonnage: 32

Gebruik: Wedstrijd/Charter

 


Afdrukken   E-mailadres