Skûtsje van de Week: Emanuel

Als het woord ‘revelatie’ bij het skûtsjesilen gebruikt mag worden, dan geldt dat voor Merijn Olsthoorn en zijn jonge ploeg in de jaren 2012-2015. Met de door Gerhard Pietersma voor het SKS-werk afgedankte ‘Emanuel’ vocht hij zich in vier seizoenen vanuit het niets naar de top van de IFKS. In 2015 werd hij er derde mee in de klasse A-groot. In 2016 pakte hij in de tweede helft van de week twee dagoverwinningen mee.

‘Emanuel’, Lemmer

Tijdgeest

Bijlsma, Warten, 1914

Natuurlijk was dit mede te danken aan de jonge schipper, die zijn maatjes op zeilschool Het Vossenhol had leren kennen. Zijn instelling wordt getypeerd door de plaatsing van het zeilteken KL (Kuipers Lemmer), halvrewege het grootzeil. Dan ziet de wedstrijdleiding het minder goed als je eens te vroeg bij de start bent, is zijn verklaring.

Het was bijzonder wat de ‘Emanuel’ in 2015 vanaf de seizoensopening bij Langweer presteerde. En helemaal mooi dat de gebroeders Kuipers met hun bedrijf in fundatietechniek er zo goed op passen.

Oudere skûtsjevolgers verbazen zich hier minder over. Zij weten hoe Jeen Ulbes Zwaga in 1982 en ’83 SKS-kampioen werd en ondanks een verloren protest in 1984 derde. Dat hij daarna verder afzakte kwam door verschillende oorzaken, maar niet doordat het schip het ineens niet meer deed.

Naar de Lege Wâlden

Pieter de Vries uit Akkerwoude had dikke pech dat hij zijn schip in 1914 liet bouwen, het jaar waarin de Eerste Wereldoorlog uitbrak. Nederland bleef daarin wel neutraal, maar het economisch leven raakte in de nazomer van 1914 totaal ontregeld. Veel mannen moesten opkomen voor de mobilisatie. Beide factoren zullen een rol hebben gespeeld in de late registratie, die pas op 16 maart 1915 plaatsvond, en de opmerkelijke naamgeving: ‘Tijdgeest’. Het schip was lang: 19,28m, en 3,76m breed.

Gerben Bijlsma in Wartena was de bouwer. Onder zijn leiding waren al meerdere snelle schepen van de helling gegleden. In Earnewâld zeilt daarvan nog de ‘Lytse Earnewâldster’ [L 1083 N] van Sjoerd Kleinhuis. Ook de ‘Elisabeth’ [L 1130 N], die Karel Kuiper opknapte van woonark tot wedstrijdskûtsje, is op de Wartenser werf gebouwd.  Lang had de Akkerwoudster schipper geen plezier van zijn nieuwe bezit. In 1919 werd de 51-jarige Tjeerd Thomas Engelsma uit Terkaple de nieuwe eigenaar. Hij en Antje Hoekstra hadden twee kinderen, van wie de oudste, Nieske, dat voorjaar van 1919 trouwde. De jongste, Gerrit, verloor zijn vrouw kort na hun huwelijk in 1926. Toen Tjeerd Thomas Engelsma het schip op 5 juni 1919 opnieuw liet meten, was het 7 cm korter, namelijk 19,21m. Dit is te verklaren uit een ingreep die kennelijk nodig was om in de omgeving van Terhorne te kunnen varen. Daar, rond het Sneekermeer en de Goïngarijpster Poelen, waren verschillende kleinere sluisjes. De christelijke Tjeerd Thomas koos voor de bijbelse naam ‘Emanuel’, letterlijk ‘Hij die komt’, een populaire aanduiding van ‘de Verlosser’. 

Earnewâldster Skûtsje

Gerrit nam het schip in 1940 over toen zijn vader 72 was en hij bijna 41.

Engelsma senior zou in september 1942 overlijden. Toen Gerrit zelf op 15 februari 1955 op 55-jarige leeftijd stierf, ging het schip naar Amsterdam om als woning te dienen. Door de handelaar Dries Hamstra uit Akkrum kwam het in Vollenhove terecht, waarna skûtsjeliefhebber-scheepsbouwer Lodewijk en zijn geëmigreerde broer Eildert Meeter uit Canada het samen kochten.

Daar hadden ze een bedoeling mee. Zoon Hidzer van Lodewijk Meeter was toen schipper op Earnewâld, waar hij met ‘De Jonge Jan’ [L 1265 N] in de achterste regionen verkeerde. Zo ontstond het idee om ‘De Poep’ in te ruilen voor de ‘Emanuel’. Voor Hidzer werd het er niet veel beter op, want hij bleef achterin hangen, totdat hij in 1980 werd bedankt. Als binnenschipper had hij niet genoeg tijd om te oefenen en ideeën over hoe het anders moest, had hij niet meer. Jeen Zwaga volgde hem op en kreeg de steun van familie, onder wie zijn beroemde vader Ulbe. In schip en tuigage werd flink geïnvesteerd, wat leidde tot de successen in de jaren 1982 t/m 1984.

Jeen vertrok kort nadat een verlenging met 96 cm (mei 1994) niet de gehoopte successen opleverden. Anderen investeerden toen namelijk ook. Zo werd Pieter Sietzes Brouwer schipper in 1997.

De gedreven binnenschipper gaf het helmhout in 2004 over aan de felle sportman Gerhard Pietersma, die bij zijn komst al wist dat hij met dit schip geen kampioen zou worden. Hij zocht naar een verloren gewaande ‘Roerdomp’ [L 2483 N], en kwam bij de Buitenstvallaatster ‘Twee Gebroeders’ [L 1990] uit. De Firma Kuipers uit Lemmer ontfermde zich toen over de ‘Emanuel’. Matthijs Kuipers mocht het eerst een jaar proberen, waarna in 2012 Merijn Olsthoorn kwam.

Als nieuwe breedte kwam in de boeken te staan 3,78, wat flink aan de maat is voor een goed schip.       

 

Opdrachtgever: Pieter de Vries, Akkerwoude

Registratienummer: L 1393 N / G 5450 N

Huidige Eigenaar: Kuipers Funderingstechniek, Lemmer

Schipper: Merijn Olsthoorn

Lengte: 20,13

Breedte: 3,78

Holte: 1,21

Tonnage: 44

Gebruik: Wedstrijd / Charter

 

 

 

 


Afdrukken   E-mailadres