Skutsje.nl

De sterke mannen aan de grootschoot

Foto: Thomas Vaer

Bij het skûtsjesilen speelt het bedienen van de grootschoot skûtsjesilen Langwar een zware en cruciale rol. Een skûtsje heeft grote zeilen en er staat veel kracht op de schoten, waardoor de mannen aan de grootschoot mede bepalen hoe hard en stabiel het schip vaart. Redmar Visser (23), die voor het tweede seizoen meevaart op het skûtsje van Langwar, is één van de bemanningsleden die de grootschoot – het dikke touw aan het grootzeil achter op het dek – bedient.

Zwaarder en potiger bij de grootschoot

“Ons grootzeil is zo’n 100 vierkante meter groot. Zoiets in je eentje bedienen lukt echt niet. Aan boord doe ik dat samen met Harm-Jan en Jorn. Wij drieën moeten aardig sterk zijn. Ik trainde sowieso al veel in de sportschool. Bovendien ben ik groot van mezelf, dus wat zwaarder en potiger.”

Oogje in het zeil tijdens het skûtsjesilen

Tijdens de wedstrijd houden Redmar en zijn kompanen voortdurend een oogje in het zeil. “We moeten altijd scherp zijn. We hebben veel overleg met de schipper: gaat het goed zo? Liggen we goed op het roer? Moeten we een knikje in het zeil geven? Als we aan de wind varen, kijken we in het zeil om te zien of er misschien een vlaagje aankomt. Is dat zo, dan laten we de grootschoot vieren. Dan krijgt het schip meer druk achterin en is het minder loefgierig. Als we voor de wind zeilen, is het juist belangrijk de schoot nét goed aan te trekken om druk vooruit te geven.”

Dan komt het erop aan bij Langwar

“Als we vervolgens weer richting een aan-de-windse rak varen en een ton moeten ronden, komt het erop aan. Dan moeten we de schoten eerst maximaal aantrekken en daarna weer maximaal vieren. Als je een ton goed rondt, hoeft de schipper bijna niet te sturen. Dat is iets waar je op moet trainen. Af en toe gaat het best goed. Even ‘yes’ roepen of de hand omhoog doen zit er niet in: we gaan direct door naar het volgende rak.”

Het zuur in de armen van een schootsman

“Welke eigenschappen belangrijk zijn voor een schootsman? Je moet in elk geval fanatiek zijn. Als je dat niet bent, hoef je niet te gaan zeilen. Daarnaast moet je niet snel opgeven; je moet altijd doorzetten. Van het trekken aan de grootschoot krijg je echt wel het zuur in de armen.

https://skutsjelangwar.nl/

 

Mobiele versie afsluiten