SKS Wedstrijdplaatsen

De Waterpoort Sneek

De slotwedstrijd van de SKS-competitie, de finale, is ook dit jaar op de Snitser Mar bij Sneek. Friezen zeggen Snits. Het is traditiegetrouw op de tweede vrijdag in de competitie, in 2016 op 12 augustus. Publiek is tegen betaling van een geringe entreeprijs welkom op het Kolmarsland, vanwaar je de schepen en bemanningen bij wijze van spreken kunt aanraken. Je komt er met de pont. Er is royale parkeergelegenheid.

Sneek zelf is een nautisch paradijs met een van de mooiste binnensteden van Europa. De Snitser Mar is voor zeilers en andere watersporters een prachtig meer om te zeilen. Er vinden veel ploechje- of relatievaarten plaats. Veilig, ruim, open naar alle kanten: geen wonder dat hier tachtig jaar geleden de toen al een eeuw bestaande Sneekweek tot bloei kwam. Het Fries Scheepvaart Museum, gevestigd naast de stokerij en ontvangstruimte van beerenburgmerk Weduwe Joustra, is dé pronkkamer van de Friese zeilvaart. Ook voor kinderen én voor groepen is er van alles te beleven, inclusief speurtochten. Studieuze figuren strijken er neer in de bibliotheek. Tientallen vrijwilligers ondersteunen het werk van kundige professionals. De website is, hoe kan het anders in de stad van Snakeware, een begrip in de museumwereld.

In Sneek is van oudsher het secretariaat van de SKS gevestigd. Mede dankzij een paar enthousiastelingen is de Sneker Pan, het Sneker SKS-skûtsje, elk jaar een van de favorieten. Douwe Visser staat al vijfentwintig jaar aan het helmhout. Mooie vrouwen aanbidden hem, alsof de tijd geen vat op zijn robuuste gestalte had.

IFKS’ers zijn er ook in Sneek. De Venema’s hebben jarenlang de klasse a-klein gedomineerd, met Arnold als stuurman-schipper. Ze dringen nu tot de top door in de klassen van de grote skûtsjes.

Uiteraard vind je hier toonaangevende bedrijven die met het skûtsjesilen ‘iets’ hebben. Lankhorst Tazelaar levert touwen aan de SKS-vertegenwoordiger, Verfhandel Van der Feer steunt de businessclub van de IFKS.

 

Tot de aanleg van het Prinses Margrietkanaal lag er aan de Offingawierster kant van het meer een eiland, de Roekoepôlle. Dat is door de graverij verdwenen. Maar de boei bij de Roekoepôlle, aan de noordwestkant van de route, is nog altijd een begrip. En een nazomers treffen van skûtsjes staat bekend als Roekoepollerace.

Vrijdag 12 augustus 2016 wordt hier de finale van het SKS-skûtsjesilen gezeild

Langweer

Gezellig en druk, zijn de trefwoorden. Het watersportseizoen begint er vroeg in april, als Langweer een massaal skûtsjespektakel organiseert. Daar doet naast een grote vloot IFKS’ers van de SKS alleen het Langwarder skûtsje aan mee. Dat is zo geregeld en het moet vooral ook zo blijven.

Voor eigen publiek was het optreden van de Langwarder skûtsjeploeg jaren achtereen een bittere pil. Het ging niet goed, wie ze ook hadden als schipper. Nog een geluk dat de VIPs op het strand goed te eten en te drinken kregen. Want chauvinistische gevoelens kregen geen kans.

Ineens lijkt alles anders. Nadat Arend Wisse de Boer de oude ‘Twee Gebroeders’ van de Zwaga’s onderhanden heeft genomen en Johannes Meeter er met zijn bemanning op vaart, dringen ze door tot de top. Langweer won in juni 2015 de jubileumwedstrijd op eigen water. In juli werd het skûtsje met een minieme achterstand van 0,2 punten op Joure tweede in het SKS-klassement.

Langweer zelf is ook flink opgeknapt. Het strandje ligt er knap bij. Er staan mooie recreatiewoningen. En het water voor de deur is en wordt uitgediept tot een peil dat watersporters waarderen. Ze kunnen zo doorstomen naar de Tsjûkemar of de Snitser Mar, langs een westelijke en een oostelijke route.

En als je dat niet wilt? Dan blijf je toch gewoon lekker in de mooie jachthaven liggen, met dat kampeerterreintje erbij? Als het weer een beetje mee zit, lijkt de Hoofdstraat wel een stukje Costa Brava, en dan moet Boornzwaag nog komen.

Vlakbij kun je trouwens golfen, al jaren een populaire sport van Riemer en Annie van der Velde, die voor sc Heerenveen scouten. Dolf Collé woont er ook, de bestuursvoorzitter van Ajax. Hij heeft een mooie waterherberg overgenomen van relatievaarder Jan Heida. Oud-SKS-voorzitter Bouwe Westerdijk heeft er een bijdetijds wellness-resort. En Albert van Keimpema, die het Fries Journaal volschrijft, verkocht er zijn ouderlijke megaboerderij aan oud-minister en –cdk Ed Nijpels, die hem onlangs te koop zette. Even was het de duurste te koop staande woning van de provincie.

Zo is er in Langweer altijd wat te beleven.

Donderdag 4 augustus 2016 wordt hier het SKS-skûtsjesilen gezeild.

Lemmer


Qua aantal wedstrijden is Lemmer onbedreigd de grote kampioen van het Skûtsjesilen. Het begint al in de vroege zomer met drie dagen Lemmer Ahoy, waar deelnemers uit IFKS en SKS aan meedoen. En het stopt pas in oktober met de Friesehoek Race.

Daar tussenin zitten de hoogtijdagen van SKS en IFKS. De Ljouwerter en de Lemster dei van de SKS worden georganiseerd door de plaatselijke Watersportvereniging De Zevenwolden. Vaak is donderdag de grootste kanshebber voor de titel wel bekend. Die kan dan in Lemmer voorzichtig een feestje vieren.

De IFKS organiseert zelf de voorlaatste en laatste wedstrijd van de competitie in Lemmer. Dat is op vrijdag en zaterdag, en beide keren is het dan prettig druk op strand en dam, als het weer niet al te erg tegenzit.

Mede dankzij de watersport is Lemmer een fantastisch dorp om er bij het skûtsjesilen sfeer, vis en lekkere drankjes te proeven. De horeca is hier zeer gevarieerd en rijk voorzien. En van Kringloopwinkel tot luxe kledingzaak worden hier alle partijen naar behoren bediend.

Het Dok, tussen de Sylroede en de sluiskom, is de hele zomer door een druk bevaren water. Het verbindt de Grutte Brekken, eigenlijk het hele Friese merengebied, met de Iselmar. Lemsters noemen dat nog steeds ‘see’, een uiting van nostalgie, die hier bloeit.

Maar de nieuwe tijd is niet te keren, en dat willen ze in De Lemmer ook niet. Er zijn mensen die er elk jaar terugkomen, ook bij Glemmer Beach. Maar dat is weer een heel ander verhaal.

SKS – skûtsjesilen op woensdag 10 augustus en donderdag 11 augustus 2016

IFKS – skûtsjesilen op vrijdag 19 en de finale op zaterdag 20 augustus 2016
B-klasse start om 9.50 uur
C-klasse start om 10.00 uur
a-klein start om 12.00 uur
A-klasse start om 14.10 uur

‘Einlings op rûm wetter’, verzuchten skûtsjeliefhebbers. Na Grou, De Veenhoop en Earnewâld voelen ze zich bevrijd op de Snitser Mar bij Terherne. De wedstrijd op de woensdag is nauw verbonden met de ‘Gerben van Manen’, het skûtsje van Heerenveen. Daarom heeft de voorzitter van deze commissie hier ook altijd even het woord om de route toe te lichten.

Maar onder het oppervlak van Terherne is er veel meer te beleven dan die ene SKS-zeilerij. Een halve winter heeft er al het grote ‘Terhernster skûtsje’ gelegen, de ‘Lege Wâlden’. Jehanne Prins is er in 2015 mee gepromoveerd vanuit de C-klasse. Toen was ze al bezig met een unieke actie ter financiering van een nieuwe mast, namelijk door schijven van de oude te verkopen voor een tientje per stuk. Dat is, door een dynamische aanpak, wonderbaarlijk best verlopen.

Bij Terherne hoort ook Janny Riemersma, ooit de eerste IFKS-kampioene, in de B-klasse. Ze werd in hetzelfde jaar kampioen als Eelke Dykstra, die in de klasse A-groot excelleerde met de ‘Oude Zeug’. Vandaag de dag zeilen beiden met groepen. Eelke is als ondernemer actief met een mooie vloot pramen. Dat oude Friese scheepstype zie je hier veel varen, kampioenswedstrijden.

En dan is er nog de Brio Zeilmarathon natuurlijk, over zestig kilometer waterwegen in de omgeving. ‘Brio’ betekent ‘Brêge Op!’ Op 30 april 2016 is de 29ste editie van dit drukbezochte, zeer populaire evenement. Meer dan 150 boten worden er niet bij toegelaten.

Voor een breed publiek is Terherne bekend als Kameleondorp. De fictieve schooljongens Hielke en Sietse Klinkhamer figureren als hoofdpersonen in de Kameleonboeken van wijlen Hotse de Roos. Ze zijn ondeugend, maar hebben een goed hart. En ze beleven zulke aansprekende avonturen dat Uitgever Kluitman er rijk van is geworden, en er zelfs een film aan is gewijd. Om deze personages heen is een deel van Terherne ingericht, met een rondvaart en een boerderij vol verrassingen, en met een speciaal Kameleoneiland. Uniek.

Door al deze activiteiten wist Terherne zich met een aantal leuke winkels en restaurants te handhaven in de tijd van schaalvergroting. Nu is het een levendig dorp op de weg tussen Jirnsum en Joure.

Woensdag 3 augustus wordt hier de vierde wedstrijd van het SKS-kampioenschap gezeild.

Het wordt er met harde wind wel eens afgelast, want Stavoren ligt op de kin van Fryslân. Maar als het er doorgaat, is het een van de mooiste, meest spectaculaire zeilerijen van de SKS en de IFKS. Want beide organisaties hebben er een eigen skûtsjedag. De SKS komt er in 2016 op zaterdag 6 augustus. De IFKS-vloot vult de ‘zee’ op maandag 15 augustus.

Heel vroeger was Staveren (Starum) een van de grootste handelssteden van de wereld. Dat kwam door alle verkeer tussen Vlaanderen, de Friese kusten en Denemarken, dat hier langs moest. Toen woonde hier ook een van de machtigste bisschoppen van de katholieke kerk, die opriep tot kruistochten.

Die oude glorie komt niet terug, maar Stavoren is wel een heel sympathieke skûtsjestad, waar je je op veel manieren kunt vermaken. Dat begint al met de reis ernaartoe. Op de fiets kom je over Koudum of Warns of uit It Heidenskip, de trein stopt vlak bij de havenkolk. Daar meert ook de veerboot af, die passagiers naar Enkhuizen brengt. Vandaar kunnen ze met de trein naar Amsterdam, kan het mooier?

Auto’s parkeer je makkelijk aan de zuid- en aan de noordkant, als je maar op tijd komt. En er zijn twee haveningangen. De nieuwste is recentelijk aanmerkelijk vergroot en verfraaid. Daarlangs kom je over de Moarre in Galamadammen, of je blijft gewoon in de nieuwe jachthaven buitengaats liggen. De noordelijke havenkom, de oude, is bij het Skûtsjesilen meestal wel vol genoeg.

En dan de zeildag zelf. Er zijn wel tien redenen om dan niet weg te gaan, maar gewoon in Stavoren te blijven. In De Kaap begint het feest met Rûtebesprek (SKS) en Palaver (IFKS), om resp. 11 en 8 uur. Als je erbij kunt, is dat iets om een keer mee te maken. Dan leer je misschien het verschil tussen ‘dik’ en ‘dun’ water. Het eerste wordt veroorzaakt door woelingen in het ‘seewetter’, waardoor er zand tussen de watermoleculen komt. Dat maakt het soortelijk gewicht groter en dempt de golfslag enigszins.

Vlak voor de dijk, waar je via speakers voortdurend op de hoogte wordt gehouden van ontwikkelingen in de strijd, ligt nog een bescheiden strandje. Lekker voor de kids, mooi om te pootjebaaien.

Ook in Stavoren zit goede horeca. Je kunt er een lekker visje eten dat helemaal is toebereid. Maar je kunt het ook oppeuzelen bij de zanglustige Doede Bleeker in de winkel (‘wat must it weze, un herinkie of un lekkerbekje?’) of in de viskraam achter de brug aan de noordkant, of de andere bij de sluis in het zuiden.

Stavoren heeft bij de SKS een eigen skûtsje met als zeilteken SWH van Súdwesthoeke. De fanatieke Auke de Groot hanteert met wisselend succes het helmhout. Hij wint wel eens een dagprijsje, maar moet nog doorbreken naar het grote werk. Jammer dat er in dit kleine stadje niet echt veel sponsoren zitten om af en toe een nieuwe tuigage te kopen.

En De Groot moet die sponsoren ook nog delen met de IFKS-skûtsjes die domicilie of relaties in Stavoren hebben. Daar zijn natuurlijk de Bandstra’s bij, voorheen helden van de IFKS en in een jonge gedaante met andere namen (Wietse, Jilles) strijdend aanwezig. En de student Daan van der Meer op de Singelier. De zeiltekens ST (Lonneke, Jilles Bandstra) en de vuurtoren (Singelier, Van der Meer) zijn wat dat betreft duidelijk genoeg.et SKS-skûtsjesilen gezeild

Zaterdag 6 augustus 2016 wordt hier de SKS-wedstrijd georganiseerd, aanvang 14:00.

Maandag 15 augustus 2016 worden hier IFKS-wedstrijden georganiseerd.
B-klasse start om 9.50 uur.
C-klasse start om 10.00 uur.
a-klein start om 12.00 uur.
A-klasse start om 14.10 uur

Rinskje Zwaga zong het in de topjaren van het Earnewâldster skûtsje. ‘Earnewâld, do bist de parel, fan de hiele skûtsjefloat.’ Haar man Jeen werd begin jaren tachtig twee keer achtereen SKS-kampioen. Dat hebben zijn opvolgers niet kunnen evenaren, ondanks tomeloze inzet van het hele dorp, maar Earnewâld is nog mooier geworden. De parel werd een paradijs, het Veenparadijs.

De derde wedstrijd in de competitie van de SKS is hier, in de ‘nauten’ en op de ‘droechten’. Meestal moet er op de Folkertssleat gelaveerd worden. De Sânemar met zijn verraderlijke Gravinnewei als hinderlijke hobbel onder water ligt tussen de mooiste recreatiewoningen. En als het enigszins kan is in de Langesleat niet alleen de spectaculaire walstart, maar ligt hier tijdens de wedstrijd ook een boei waar de hele vloot omheen moet.

Meestal is de finish in het Siedsdjip of Sigersdjip, tegenover Hotel Princenhof, zelfs als het nauwelijks kan. Dan is het best mogelijk dat de derde in de strijd door de loting als tweede wordt geklasseerd. In 2015 had Dirk Jan Reijenga dit gelukje, en hij werd er kampioen door bij de SKS. Johannes Meeter van Langweer werd in de wedstrijd derde en in de eindrangschikking tweede. Gerhard Pietersma won met een fit getrainde bemanning de dagprijs voor eigen publiek. Maar helaas kon hij met zijn Earnewâldster skûtsje deze keer geen potten breken, ondanks de nanocoating van Ale Bok op de romp.

Voor de liefhebbers is Earnewâld veel meer dan startplaats bij de SKS. Dit is het eerste dorp waar liefhebbers in 1955 een organisatie vormden om een eigen dorpsskûtsje te kopen. Dankzij Sjoerd Kleinhuis, Age Veldboom, Jelle van der Meulen, Fonger de Vlas, André Wiersma en Catharienus Herrema zeilen er meerdere Earnewâldster IFKS-skûtsjes mee in de derde week van het Friese skûtsjesilen. Zij, voornamelijk excellerend in de klasse a-klein, geven ook altijd acte de présence bij de opening van het watersportseizoen bij een wedstrijd die eigenlijk geen westrijd mag heten, want dan zouden SKS-skûtsjes uit Leeuwarden en Huizum er niet aan meedoen.

Earnewâld is dus niet alleen een parel en een paradijs, het is ook een fantastisch centrum van natuurontwikkeling door It Fryske Gea en andere organisaties. De Alde Feanen vormen een goed beschermd natuurpark van Europese allure. In het kader van het Lifeproject wordt er zelfs nieuwe natuur geschapen. De otter moet er zich thuisvoelen. In ieder geval is er een beeld aan hem gewijd, op een prominente plek geplaatst bij de vroegere sluis, waar ook het Earnewâldster skûtsje vaak ligplaats heeft.

Cultuur is er ook. Het Frysk Lânboumuseum organiseert er geregeld boeiende exposities en interessante lezingen. En op bedrijventerrein De Stripe staat naast de kunstgalerie annex meubelmakerij van Anje en Hindrik Wester-Koopmans het Skûtsjemuseum, dat elk jaar mooier lijkt te worden. Als ze niet weg is blinkt je van ver de eiken ‘Ebelina’ al toe, het enige houten skûtsje in deze provincie. Binnen is rond een gezellige schipperskroeg een heerlijk rommelige expositie gecreëerd. Er hangen blokken aan de zolder (je kunt ze kopen, om te gebruiken of als souvenir), soms smeedt de smid een juffersring of een kikker, en op de bovenste verdieping staat dit jaar klein rondhout centraal, zoals dat vroeger op skûtsjes werd gebruikt. Plus natuurlijk modellen, bedsteden met ondeugende verhalen, een Meeterkast en honderden portretten, spannende foto’s en antieke documenten.

Earnewâld, je kunt er fietsen, op de pont stappen, zwemmen, varen met eigen of gehuurde boot, in de stilte tot rust komen of van de drukte genieten en gewoon een terrasje pikken. Het water loopt momenteel tot diep in het hart van het dorp, waar Jan Adema biologische kroketten serveert. Heerlijk!


Dinsdag 2 augustus 2016 wordt hier het SKS-skûtsjesilen gezeild

Het is aan wijlen Klaas van der Meulen te danken dat Woudsend (Wâldsein) in 1968 door de SKS als wedstrijdplaats werd aangewezen. Toen vergaderden schippers en bemanningsleden nog geregeld bij Hanenburg in Sneek. Tegenwoordig doen ze dat bij de SKS ook in mfc De Driuwpôlle, waar elk jaar bij vaarbaar weer minstens één vrolijke routebespreking is.

Doordat de Hegemermar bij Woudsend ook de reservelocatie is voor als er op de eerste acht wedstrijddagen een zeilerij uitvalt, heeft de Woudsender commissie twee kansen. Dat is de mannen wel toevertrouwd, want het is er voor Yndyk altijd een sfeervol gebeuren. En de prijsuitreiking is sinds jaar en dag een groot feest.

In 2016 staat Woudsend gepland voor maandag 8 augustus, met de reserve/rustdag op dinsdag de negende. Om half elf verzamelt iedereen die erbij hoort zich dan in ‘De Driuwpôlle’. Tussen half één en één uur zoeken toeschouwers een plekje op langs de zuidoever van de Hegemermar. Op de weg daar naartoe worden bij de SKS goedkope kaartjes verkocht. Het is de moeite waard, want de wedstrijdcommissie legt meestal een baan uit met een spannende boeironding vlak voor de wal, waar het nog ondiep (‘droog’) is ook. Er is wel gelegenheid om te parkeren, maar het is krap voor de laatkomers. Dan kun je beter op de fiets komen. Lopend is het vanuit Woudsend een heel eind, zo’n vier kilometer.

Woudsend heeft zelf een mooi wedstrijdskûtsje, dat wordt beheerd en bemand door de familie Van der Meulen. Hun grote voorbeeld ‘pake Klaas’ overleed in 1973 tijdens het hardzeilen op de Iselmar bij Stavoren. Naar hem is het skûtsje Klaas van der Meulen genoemd. Zijn kleinzoon Teake Klaas krijgt slechts beperkte middelen tot zijn beschikking. Maar door zeilersverstand en veel trainingsarbeid in de omgeving hoort hij met zijn bemanning de laatste jaren tot de betere deelnemers. In 2015 wist hij zich zelfs als vierde te klasseren, een buitengewone prestatie. Maar ja, hij wordt natuurlijk wél gesteund door een hele familieclan van Van der Meulens een aanhang, bij wie het zeilen in het bloed zit.

Het dorp met de vaarweg tussen de westelijke en de oostelijke helft en een watersportcafé aan het water komt de klap van de sluiting van Verzekeringsmaatschappij Woudsend (later Stad Rotterdam) aardig te boven. Het bedrijventerrein is aardig gevuld, je kunt er lekker eten en de antieke molen torent trots boven de bebouwing uit.

Voor watersporters is dit echt een eldorado, want van hier kun je alle kanten op: Noord, Zuid, Oost of West, wat de kompasroos en Aeolus ook maar in petto hebben.

Maandag 8 augustus 2016 wordt hier het SKS-skûtsjesilen gezeild

Walstart de Veenhoop

Ten zuiden van het prachtige natuurgebied De Alde Feanen ligt de Headammen en aan de overkant van de Ie de Veenhoop. Daar is het altijd groot feest op de tweede dag van het skûtsjesilen, de maandag na Grou. Tenzij het heel lelijk weer is, maar dat is het maar zelden.

Vroeger kwam het meeste verkeer vanuit het noorden, met de boot over de Headamsleat (Earnewâld) of de Kromme of Wide Ie (Grou, Drachten). Tegenwoordig is daar het Polderhoofdkanaal als troef bij gekomen. Steeds meer sloepen, kruisers en andere boten koersen noordwaarts naar het water waar de skûtsjes zeilen. Ze komen vanaf de Turfroute of uit Nij Beets, of De Veenhoop zelf.

Het Skûtsjesilen hier gaat terug tot de negentiende eeuw, toen er al op tijd werd gezeild. Drachtsters hadden al die tijd een belangrijke inbreng in de organisatie. Sindsdien is er van alles bij gekomen, tot en met een grandioos Veenhoopfestival. Als het wat mee zit, drijven de meest enthousiaste bezoekers er vrolijk hossend per feestpraam naar toe. Dan verzamelen bezoekers op de walkant zich bij Iesicht, waar meestal de spannendste ton ligt. Je kunt er de skûtsjes van de wal af zien starten, een van de twee plaatsen waar dit nog kan.

De andere boei ligt in de verte bij Stobbehoek. Met de kijker kun je het net zien, maar gelukkig wordt er verslag gedaan.

Soms is het carrouselzeilen, zoals dat heet, zonder kruisrakken. Dat ontneemt de schippers de kans op listige foefjes, maar stelt de snelsten wel in staat om zich aan de doem van de gelote startpositie te ontworstelen. Wie het hardste kan, zal dan ook het hardste varen.

Behalve het Skûtsjesilen op die ene SKS-dag biedt het water tussen de Hooidammen en De Veenhoop veel meer avontuur. Een paar dagen per jaar is dit het domein van de Drachtster watersportvereniging. Soms varen er de mooiste klassieke jachten: boeiers, Friese Jachten, tjotters en de AEbelina uit het nabijgelegen Earnewâld.

Dit alles krijgt een extra accent door de pont die voor een bescheiden tarief heen en weer vaart met fietsers en wandelaars op weg naar Nij Beets of Aldeboarn of voor sportievelingen die een flinke ronde langs Grou maken. En tegenwoordig door de mensen die het Damshûs willen bezoeken of de sluis door gaan om het nieuw geopende kanaal te bevaren. Jammer dat dit iets te laat kwam voor de school van De Veenhoop. Die is dicht en zal wel niet weer opengaan.

Bij het Skûtsjesilen van Drachten-Veenhoop wordt daarover niet getreurd. Het is één hoogtijdag in een gebied waar de afgelopen jaren uitputtende juridische procedures zijn gevoerd. Over de gestreepte roofkever en het aantal decibels in de feesttent; en nu is het weer vrede. Gelukkig.


Maandag 1 augustus wordt hier de tweede wedstrijd van de SKS-kampioenschappen gezeild.

Elahuizen vanuit de lucht

Op vrijdag 5 augustus 2016 liggen de Fluezen tussen Elahuizen en It Heidenskip weer vol geankerde plezierjachten. Een leger varende toeschouwers volgt dan de strijd tussen de veertien SKS-skûtsjes op een van de mooiste wedstrijdwateren.

Vlak bij de wal aan de kant van de oude fabriek, nu zeilschool, is het te droog om het zwaard diep te steken. Uit de richting van Stavoren komt, via het land en Galamadammen, de wind. En bij de Heidenskipsterwâl kunnen de schiftingen verraderlijk zijn.

Dat Elahuizen voornamer dan vroeger op de skûtsjekalender prijkt, is mede te danken aan een aanpassing van de kalender waar ze in Langweer niet blij mee waren. Voorheen volgde hier na de wedstrijd op donderdag de rustdag, die door schippers en bemanningen zeer werd gewaardeerd. Maar vanaf 2015 zeilen ze van Langweer via Elahuizen naar Stavoren en is de rustdag pas in de tweede week. Dat wil zeggen: als alle wedstrijden in de eerste week plus de maandag van Woudsend doorgaan. Is dat niet het geval, dan is dinsdag de inhaaldag, met een extra wedstrijd op de Hegemer Mar.

Terug naar Elahuizen. Die commissie is door het niet doorgaan van enkele wedstrijden en een te vroeg vertrek van schippers op andere, plus het ontbreken van voldoende sponsoren of middenstanders die van drukte profiteren, arm geworden. De schippers vonden dat in 2015 zo begrotelijk dat ze afzagen van hun honderd euro startgeld. Oud-voorzitter Jack Cramer vond dat principieel onjuist, maar men kan schippers natuurlijk niet dwingen om geld in ontvangst te nemen.

Ooit werd hier gezeild vanuit Nijega, een naam die we niet meer tegenkomen omdat hij verwarring wekte. In de jaren vanaf 1922 organiseerde de schippersvereniging in deze omgeving hier het skûtsjesilen, toen de meeste andere commissies ermee stopten omdat er te weinig animo zou zijn. De bakker van Brânburren in It Heidenskip stelde dan een monsterachtige krentenbrood als extra prijs beschikbaar, een traditie die lang heeft standgehouden. Verder zorgde Stallman uit Hindeloopen jaarlijks voor een prachtig beschilderd dienblad. Door dit doorzetten van verschillende kanten kwam er ook weer belangstelling in de omgeving, en zo begon hier de victorie.

Op 5 maart besloot de SKS dat Elahuizen de zesde wedstrijd is en blijft. Er werd zelfs, om jaarlijkse herhalingen van de pleidooien van Langweer, Bolsward en nog een paar medestanders te voorkomen, besloten om de volgorde voor tien jaar vast te zetten. Nu kan daar door een gekwalificeerde meerderheid best van worden afgeweken, maar voorlopig ziet het er zonnig uit.

 

Vrijdag 5 augustus 2016 wordt hier de zesde wedstrijd om het SKS-kampioenschap gezeild.

Grou

Parel aan de Pikmar. Thuishaven van de GWS-schouw. Hoofdstad van de SKS, waar de titelstrijd elk jaar begint met een gezellige samenkomst in een tent op De Merk. Daar worden dan lootjes getrokken voor de walstarts bij De Veenhoop en Earnewâld.

Grou knapt zienderogen op, de laatste jaren. Dat wordt niet minder nu de plaats deel uitmaakt van de gemeente Leeuwarden. Daar zit toch net iets meer geld en beleid dan in Boarnsterhim, dat in 2012 omviel van de schulden.

Het waterfront aan de Pikmar is verfraaid en wordt nog elk jaar mooier. Tussen de Pikmar en de Wide Ie in het zuidoosten ligt niet meer een akelige nauwe bots-vaarweg, maar een avontuurlijke waterpartij. De Tynje is ingekort. Op de Burd zijn mooie recreatiewoningen verrezen en bloeit de natuur op. Zoals Yn ‘e Lijte ook flink opgewaardeerd is nadat de stacaravans weken voor verantwoorde architectuur.

Onder aanvoering van Jan Feike Hoekstra is de Grouster skûtsjekommisje sterk gemoderniseerd. De openingsdag op zaterdag is uitgebreid tot een hele Skûtsjewike vol feestelijkheden. De ‘donateurs’ van vroeger hebben gezelschap gekregen van echte sponsoren. Daar zijn ook anderen bij dan bewoners van weekendhuisjes en arken in het riet. Die treffen elkaar op het Starteiland als het skûtsjesilen is.

Dat is het veel vaker dan die ene zaterdag in juli. De skûtsjes van Grou, Leeuwarden, Huizum en d’Halve Maen liggen hier geregeld en ze zeilen met ploegjes. Dan komen ook de IFKS’ers van Annage uit Earnewâld langs en soms de Talsma’s uit Warten.

Bij Grou, waar de Friese sportvissers hun hoofdkwartier hebben, wordt veel gezeild. Dat wordt, tot en met het Klompkesilen, serieus aangepakt. Oud-schipper Lammert Zwaga overziet het allemaal vanuit zijn woning vlak bij het Zeilcentrum. Daar is een jachthaven, net als op de hoek met de Grou, de Hellingshaven, waar een bescheiden skûtsjemonument staat.

Er is in Grou goed te eten en te drinken. Het centrum is gezellig, grotere winkels zijn uitgewaaierd naar het (noord)westen. Dan ben je ook al bijna bij het station, vanwaar de hele wereld te bereizen is. Voor de auto is er vlakbij gratis parkeergelegenheid, voor onbeperkte duur.

Zaterdag 30 juli 2016 is in Grou de start van het SKS-Kampioenschap 2016. Het begint de avond ervoor met de Loting in de feesttent in het centrum.